Burgertop blijkt grote flop

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd bij Maximum Amsterdam


Politici en andere burgers kwamen afgelopen maandag bij elkaar in De Balie om het te hebben over de toekomst van de democratie van Amsterdam. Wat een gezellige avond met opbouwende kritiek moest worden, werd een chaotische vertoning vol ongenoegen. “Ze vragen misschien wel om onze mening, maar doen daar vervolgens niks mee!”


MAX VAN GEUNS

Het is beroerd gesteld met het vertrouwen in de politiek, al helemaal op lokaal niveau. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 kwam het opkomstpercentage amper boven de vijftig procent uit. Daarom werd dit jaar door Amsterdammers een Burgertop georganiseerd: zo’n 250 burgers zijn in juni bij elkaar gekomen om ideeën, problemen en oplossingen van en voor de stad te bespreken.

De uitkomsten van Burgertop Amsterdam zijn gebundeld door de initiatiefnemers en werden maandag in De Balie aan wethouder Abdeluheb Choho (portefeuillehouder Duurzaamheid, Openbare Ruimte, Dienstverlening en Bestuurlijk Stelsel) overhandigd. “Het is belangrijk dat we samen de stad maken,” zei Choho. “Burgers moeten niet betrokken raken zodat de politiek haar ideeën kan uitwerken; de politiek moet uitwerken wat de burger wil.” Toen leek het nog een gemoedelijke, leuke avond te worden.

“Het is belangrijk dat we samen de stad maken.”

Niets bleek minder waar. Voornamelijk in het publiek, een honderdtal Amsterdammers, heerste frustratie en onvrede. De lokale politici probeerden zichzelf te verdedigen met het feit, dat de bestuurscommissies (de opvolgers van de stadsdeelraden) zich nog in de pioniersfase bevinden. Maar het mocht niet baten, want de ‘gewone burgers’ verklaarden het nieuwe systeem al als een grote mislukking dat de prullenbak in mag. “Dat politieke spelletje wordt al twintig jaar hetzelfde gespeeld in deze stad,” mopperde er eentje. “Commissieleden vragen misschien wel om de mening van de bewoners, maar doen daar vervolgens niks mee!”

“Dat politieke spelletje wordt al twintig jaar hetzelfde gespeeld in deze stad.”

Het liefste zouden de bezoekers van het debat in De Balie de touwtjes zelf in handen hebben, dat werd al snel duidelijk. Iemand stelde voor om alle partijen in de buurtcommissies af te schaffen en alleen nog maar op individuen uit de buurt te stemmen. Een ander was het op een gegeven moment helemaal zat. “Waarom zitten we hier eigenlijk te luisteren naar politici die het hebben over democratische vernieuwing?” Rutger Groot Wassink, fractieleider van GroenLinks in Amsterdam, vond dit een goed moment om wat druk van de ketel te halen. “Helemaal gelijk, we kappen ermee en gaan de kroeg in!”

Helaas was het nog niet zover en mocht hij nu met de andere fractieleiders in debat over de stelling ‘democratische vernieuwing is een linkse hobby’. “Onzin,” zei Groot Wassink. “Om D66 maar als voorbeeld te noemen. Geen enkele partij wil meer democratische vernieuwing dan zij en ik zou toch vele D66’ers diepongelukkig maken als ik ze links zou noemen.” Mascha ten Bruggencate, die de afwezige D66-leider Jan Paternotte verving, kon zich daarin vinden. “Zelfs Geert Wilders is voor referenda, dus dan heeft het geen zin om over links en rechts te praten.”

“Democratische vernieuwing links? Ik zou vele D66’ers diepongelukkig maken als ik ze links zou noemen.”

PvdA-leider Marjolein Moorman maakte zich vooral zorgen over het lagere opkomstpercentage onder allochtonen. Hier kon een dappere jongen van niet-westerse afkomst zich in vinden. “Mensen, kijk eens om jullie heen,” riep hij. “Er zit hier niemand anders van Turkse of Marokkaanse afkomst. Juist zij staan zo ver van de politiek af, niet het soort mensen dat hierheen komt. Pas als zij betrokken raken kun je spreken van democratische vernieuwing.”

Moorman beëindigde de roerige avond in De Balie met een anekdote. “Vroeger discussieerde ik in de kroeg met vrienden. Ze vonden dat ik mijn mening goed kon verwoorden en zeiden dat ik de politiek in moest gaan. Toen ging ik de politiek in en werd ik ineens niet meer vertrouwd. Dat woord mis ik vanavond zo: vertrouwen. Want als ik als raadslid eens mag zeggen wat ik mis bij de mensen, dan is dat het vertrouwen in ons. Daar begint ook veel mee.” Hierna mochten de politici en burgers elkaars vertrouwen terugwinnen onder het genot van een biertje aan de bar, tot groot genoegen van Groot Wassink.

“Als ik als raadslid mag zeggen wat ik mis bij de mensen, dan is dat het vertrouwen in ons.”