Het idealisme van Jesse Klaver

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd bij Maximum Amsterdam

Op de broeierige vrijdagavond, toen het onweer naderde, zat de grote zaal van Pakhuis de Zwijger vol. Allen hadden de regen getrotseerd om een zogeheten ‘meetup’ met de nieuwe fractieleider van GroenLinks, Jesse Klaver, bij te wonen. Het woord ‘meetup’ werd al snel vervangen door ‘gesprek’, want het was de bedoeling dat het publiek vragen stelde en hierdoor in gesprek ging met de jongste fractieleider ooit. Nadat Rutger Groot Wassink hem had aangekondigd begon Jesse – tijdens de avond werd er volop getutoyeerd, dus ik denk dat ik wel Jesse mag zeggen – de bijeenkomst door zijn voorganger, Bram van Ojik, te bedanken. Een luid applaus volgde. Ik voelde dat de zaal gevuld werd door charisma, dat niet meer weg is gegaan. Het zou een inspirerende avond worden.

“Er broeit wat in de samenleving.” Met deze zin zette Jesse het publiek meteen op scherp. Jesse’s favoriete woord, ‘onderstroom’, kwam vaak terug. Deze onderstroom bestaat uit vele mensen die verandering willen. Mensen die zich ergeren aan het huidige systeem. Niet alleen aan het politieke systeem in Den Haag, maar aan de manier waarop we met elkaar omgaan. Waarop we met het milieu omgaan. Tijdens de avond werd duidelijk dat veel van die onvrede terug te voeren was tot wat Jesse ‘de mythe van het economisme’ noemt. We herinneren ons vast allemaal de ‘snotneus-affaire’ nog wel, waarin Brandpunt-presentator Fons de Poel de kritiek van Jesse op ABN AMRO niet kon waarderen, wat hem uiteindelijk zijn eigen baan gekost heeft. Tegenwoordig draait bijna alles om geld. En hoewel berekeningen, zoals Jesse stelde, in principe niet verkeerd zijn, moeten ze een onderdeel zijn van een groter geheel, niet het eindpunt, niet het doel. Principes zouden belangrijker moeten zijn dan cijfers. Jesse Klaver wil dat het idealisme terugkeert in de politiek.

Het publiek was enthousiast, maar ook kritisch. Er werd meerdere keren de vraag gesteld hoe GroenLinks het voor elkaar wil krijgen een groter publiek te bereiken. Immers, de mensen in deze zaal waren voornamelijk hoogopgeleid en blank. Hier had Jesse geen duidelijk antwoord op. En hoewel het idee van idealen voorop stellen en dat mensen die zich kunnen vinden in deze idealen zich wel aansluiten, mooi klinkt, is het wellicht te makkelijk gedacht. Want wat doe je met die grote groep mensen die überhaupt niet stemmen? Deze groep zou je kunnen bereiken. Maar, het is Jesse vergeven. Hij is immers pas net begonnen, dus concrete strategische plannen moeten misschien nog gemaakt worden.

Het was een mooie avond. Jesse nam de tijd voor vragen, bleef sympathiek, maar beheerste ook de techniek niet te lang door te gaan op één onderwerp. Dat is een kunst. Een heel sterk punt dat hij maakte was toen het probleem bio-industrie werd aangekaart. Soms moet je dingen ook gewoon verbieden, omdat ze ethisch niet juist zijn. Het is ethisch niet juist dieren op te sluiten waar ze nog niet eens één stap kunnen zetten. Er is daarom helemaal niks mis met het verbieden van mega stallen. Idealistisch natuurlijk, maar dat is wat Jesse Klaver en GroenLinks zo sterk maakt.

Eén vrouw zorgde voor ontroering in de zaal. De vrouw, al op leeftijd, vroeg zich af waarom we niet allemaal wat socialer worden, met elkaar meeleven, elkaar helpen. Je zag dat Jesse, maar ook de rest van de zaal, geraakt werd door deze opmerking. Want dat is waar het uiteindelijk allemaal om draait. Ik hoop dat Jesse al deze dingen meeneemt naar de Tweede Kamer. Daar gaat het politieke spel natuurlijk gewoon verder en is er soms geen ruimte voor idealisme, maar moet er onderhandeld worden en moeten er concessies gedaan worden. Maar de gedrevenheid is er. Nu maar hopen dat deze gedrevenheid tot zijn recht komt in Den Haag.