IJspret: volksvermaak of zondige verleiding?

Dit bericht is oorspronkelijk gepubliceerd bij Maximum Amsterdam

Schaatsen in Amsterdam en in de schilderkunst

Het schaatsen zit ons Hollanders in de genen. En ons Amsterdammers, inwoners van een stad met veel water, natuurlijk al helemaal. Als we hier een goede koude winter hebben proberen we na een paar nachten vorst voorzichtig de grachten uit, en de echte dappere schaatsers maken tochten door Amsterdam-Noord: Waterland, Durgerdam, Ransdorp. Er zijn zelfs winters geweest waarop de Amstel dichtgevroren was. De hele stad is dan in de ban van het ijs; jong en oud, topschaatser en stuntelaar glijdt over de grachten. Dit is niets nieuws, maar juist iets dat al sinds mensenheugenis bij de stad hoort.  

De geschiedenis van schaatsen in Amsterdam gaat zo’n 800 jaar terug. Het allereerste teken dat erop wijst dat Amsterdammers zich over het ijs voortbewogen is gevonden in een huis dat is opgegraven op de westelijke Amsteloever. Het huis stond op de plek die nu de hoek van de Dirk van Hasseltsteeg en de Nieuwendijk is en stamt waarschijnlijk uit 1200. Op vier meter onder straatniveau vonden archeologen een elzenhouten klos met een dubbel omgeslagen ijzer. Voor zover bekend is dit de oudste hout-ijzer schaats ter wereld. In de zeventiende eeuw werd officieel het Amsterdamse schaatsenmakersgilde opgericht, maar al eeuwen daarvoor werden schaatsen door timmerlieden en smeden gemaakt.

Dat schaatsen een belangrijk deel van de Nederlandse cultuur werd is ook goed te zien in de kunst. Ten eerste zijn de zeventiende eeuwse schilderijen van volkse taferelen op het ijs natuurlijk zeer bekend. Jan van Goyen en Hendrick Avercamp zijn voorbeelden van kunstenaars die gebruik maakten van de welvaart onder de Hollandse bevolking in de 17e eeuw: veel meer mensen konden opeens schilderijen voor in hun huis kopen, dit werd een manier voor burgers om hun welvaart te laten zien. De taferelen van het ijvermaak werden een populair onderwerp onder de burgerij en van Goyen en Avercamp specialiseerden zich hierin. Op de schilderijen is meestal enorm veel bedrijvigheid te zien. Op Avercamp’s Winterlandschap met schaatsers uit 1608 zijn er honderden mensen en zelfs dieren op het ijs: arme mensen en rijke, prachtig uitgedoste mensen. Kinderen en volwassenen, mensen die ijshockeyen en bedelaars, ijsbrekers en sleeën. Links op de voorgrond is zelfs te zien hoe kraaien en een hondje zich tegoed doen aan het karkas van een doodgevroren paard. Dit toont aan hoe universeel het schaatsen was; zodra het ijs begaanbaar was werd het gebruikt door jan en alleman.

averkampkoudkunstje
Hendrick Avercamp – Winterlandschap met schaatsers (1608)
Bron: Rijksmuseum

Een andere blik op ijsvermaak wordt gegeven door Jeroen Bosch, op zijn wereldberoemde schilderij De Tuin der Lusten uit 1490. Op dit schilderij heeft Bosch allerlei zondige verleidingen afgebeeld waar men voor moet oppassen. De schaatsende wezentjes op het schilderij zijn de eerste in verf afgebeelde schaatsers. Schaatsen werd door Bosch blijkbaar als één van de ‘lusten’ gezien. Het is fascinerend hoe vaak de schaatsers opduiken in het verdere werk van Bosch. Vaak is de betekenis niet te duiden, zoals bij de schaatsende postbode-vogel. Maar een belangrijke aanwijzing is het grote wak waar één van de schaatsers in rijdt. Dit duidt, zeker in een schilderij als de Tuin der Lusten, op het aardse gevaar van de ijspret. Na dit schilderij van Bosch kwam ook de directe link tussen schaatsen en de dood in teksten en prenten veelvuldig voor. Deze mysterieuze, duistere zijde van schaatsen toont dat het een bron van veel vermaak was, maar misschien ook iets ordinairs en zondigs had. Dat kan een reden voor Bosch geweest zijn om het op te nemen in zijn Tuin der Lusten.

Bosch Detail uit Tuin der Lusten
Jeroen Bosch – De Tuin der Lusten (1490)
Bron: Sportgeschiedenis.nl

jbosch
Jeroen Bosch – De verzoeking van de Heilige Antonius (1501)
Bron: Sportgeschiedenis.nl

Tegenwoordig is schaatsen iets dat we in onze vrije tijd doen, met hetzelfde enthousiasme als dat altijd gedaan is in Amsterdam. Laten we hopen op een strenge winter, zodat we eindelijk weer eens over de grachten kunnen glijden!


Bronnen:

Mulder, N. en Jos Pronk: Acht eeuwen schaatsen in en om Amsterdam (Amsterdam 2011)
Koolhaas, M: De schaatsers van Jeroen Bosch (NPO 2012)